Welkom
 Hallo digitale reiziger, laat ik me voorstellen. Mijn naam is Tom Schoppema (1963) en ik ben geboren in het Brabantse boerendorp Berlicum onder de rook van Den Bosch. Ik heb Informatica aan de Hogeschool in Eindhoven gestudeerd. Momenteel woon ik in Almere.
 Sinds 2001 ben ik als software engineer geïnteresseerd geraakt in web development. De aspecten vormgeving en bouw van webbased applicaties vind ik uitermate boeiend.
Mijn Curriculum Vitae Skype Me™! LinkedIn - Tom Schoppema Picasa-webalbums 'Tom Schoppema - La Rana Gorda Online'
Hobbies
 In mijn vrije tijd fotografeer en schilder ik.
 Van 2000 t/m 2002 heb ik een basis- en vervolgcursus fotografie gevolgd bij Fotogram in Amsterdam.
 Sinds september 1998 volg ik een teken- en schildercursus bij het Kunstencentrum 'de Kunstlinie' in Almere (Voor Januari 2007 bekend onder de naam CKV Almere). Bij het Kunstencentrum 'de Kunstlinie' heb ik eveneens de cursussen kunstgeschiedenis en -beschouwing gevolgd.
De Schilderavonden Klas op Stand
Website
 Mijn website is een kunstgalerie met mijn schilder- en fotografeerwerk; voor mezelf een werkboek om mijn ontwik-kelingen op kunstzinnig terrein te volgen. Kijk op je gemak rond. Ik zou het leuk vinden als je een email stuurt. Ik hoop dat je geniet en ieder geval bedankt voor je bezoek,

Tom Schoppema - La Rana Gorda.

Logica brengt je van A naar B, verbeelding brengt je overal. Albert Einstein
Laat nooit af bier te drinken, te eten, uzelf te benevelen, de liefde te bedrijven en de goede tijden te vieren. Oud Egyptisch gezegde
Menu Sluiten

Galerie foto's 2011


GateWay Diner
 Gateway Diner is in 1939 in New York gemaakt door de Paterson Vehicle Company onder typenaam "Silk City Diner". Dit type diner is een van de laatste originele diners uit het Art-Deco tijdperk van de 30er jaren. Zij stond oorspronkelijk vanaf 1939 tot aan 1992 aan de ingang van een katoenfabriek in Pennsylvania, USA onder de naam Gateway Diner.
 Deze American Diner is in haar geheel, vijftien meter lang, vijf meter breed, met interieur en al, geïmporteerd uit Amerika. Ze staat nu opgeknapt in het Koningin Beatrixpark te Almere. Ze is dan gelijk het oudste gebouw van de Flevopolder (het gebied is ingepolderd tussen 1955 en 1968).

Jopenkerk
 In november 2010 heeft de Jopenkerk haar deuren geopend. De voormalige Jacobskerk in het Raaksgebied in Haarlem is in gebruik genomen als bierbrouwerij Jopen, grand café en restaurant. De restauratie en het nieuwe interieur zijn ontworpen door Michiel Ruijgrok (E.S.T.I.D.A.).
 De doelstelling voor het interieurontwerp was om het brouwproces zichtbaar te maken voor de bezoekers. Daarnaast moest Jopen een modern en eigentijds café/restaurant worden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de charme van de oude kerk en de nog aanwezige historische elementen.
 De hele kerk is rood geschilderd. Daarmee wilde Ruijgrok de referentie met de kerkelijke functie wegnemen. Daarnaast versterkt de rode kleur volgens hem het effect van de glas-in-loodramen.
 In de voormalige catechisatieruimte bevindt zich nu een proeflokaal. In het proeflokaal is een wand voorzien van zeventiende-eeuwse brouwerijtaferelen, die door het Frans Hals museum en het Noord-Hollands Archief zijn gereproduceerd.

Eitket Dog Schwarz van Flying Dog Brewery

 Na mijn bezoek op 19 Maart aan de Jopenkerk heb ik in "In de Wildeman" in Amsterdam geproefd aan Dog Schwarz - een heerlijke Smoked Double Lager - van de Flying Dog Brewery.

Kapitein Nemo op Oosterdokseiland Deel 3
 Na deel 1 (2008) en 2 (2010) heb ik 23 april voor een slotakkoord, wederom als Kapitein Nemo, op het Oosterdokseiland de restanten van het voormalige hoofdkantoor van de PTT gefotografeerd.

Het biermeisje van Vermeer in distilleerderij en proeflokaal 't Nieuwe Diep
 Het gemaal van de Outewaler- of Overamstelsche polder staat op een locatie waar zo'n vierhonderd jaar mensen gewerkt hebben om de bewoners aan de oostkant van de Amstel droge voeten te laten houden. Eeuwen lang lag hier een drassig gebied waar het water van de Zuiderzee regelmatig vrij spel had. Vermoedelijk werd een eerste zeedijk langs het IJ en de Zuiderzee al aan het eind van de 10e eeuw opgeworpen. In 1631 en de jaren daarna werd het moeras bedijkt en op deze plek een poldermolen gebouwd die met een scheprad het overtollige water loosde. In 1880 werd de molen vervangen door een stoomgemaal, met een heuse maalkom die nu nog als vijver dienst doet. In 1916 werd het gemaal geëlektrificeerd.
 Door de toenemende bebouwing van de Overamstelsch polder was het noodzakelijk geworden om ook op andere plekken pompinstallaties te bouwen. Daardoor werd het door het gemaal te bemalen gebied steeds kleiner. In 1928 werd begonnen met de aanleg van het Flevopark. Het nogal moerassige terrein werd opgehoogd met bagger uit het diepste gedeelte van de Coenhaven. Het gemaal werd toen opgenomen in het parklandschap en werd in 1984 helemaal overbodig toen een paar honderd meter verderop een nieuw automatisch werkend gemaaltje het grote werk overnam.
Het melkmeisje, Johannes Vermeer, Olieverf op doek, 45,5 × 41 cm, 1658 In 2005 werd een prijsvraag uitgeschreven om een bestemming te vinden voor het voormalige gemaal in het Flevopark (Het Flevopark ligt tussen de Indische buurt en het Science park). Winnaar was de stichting De Oude Pijl die er een ambachtelijke distilleerderij en likeurstokerij met proeflokaal in wilde vestigen. Het produceren van diverse jenevers en likeuren op basis van de eigen fruitteelt vormde de kern van het plan.
 Stadsherstel heeft het gebouw, dat uit 1880 stamt, gerestaureerd en het is aangepast aan de nieuwe bestemming. Er is ook een mooi buitenterras aangelegd. De bomen en struiken, die het gemaal al jarenlang aan het oog onttrokken, zijn uitgedund en er zijn fruitbomen geplant die in de toekomst de vruchten moeten leveren voor de likeuren die hier gemaakt gaan worden.

Kiefer & Rembrandt - La berceuse
De Nachtwacht (met de compagnie van Frans Banning Cocq en Willem van Ruytenburch), Rembrandt, Olieverf op doek, 363 x 437 cm, 1642 In het Rijksmuseum te Amsterdam is een bijzondere presentatie te zien van een nieuw werk van de naoorlogse beeldend kunstenaar Anselm Kiefer. Het Rijksmuseum heeft de Duitse kunstenaar uitgenodigd een werk te maken geïnspireerd op de Nachtwacht van Rembrandt. Maar het werd Vincent van Gogh. Tegenover de Nachtwacht in de Nachtwachtzaal van het Rijskmuseum staat de installatie La berceuse (for Van Gogh). De gebruikte zonnebloemen verraden de werkelijke inspiratiebron.
La Berceuse (Portret van Augustine Roulin), Vincent van Gogh, Olieverf op doek, 91 x 71,5 cm, 1888 Kiefer maakte een drieluik bestaande uit drie vitrines, 4 meter hoog en in totaal 2850 kilo zwaar. In het midden hangt een leeg klapstoeltje dat zo vaak figureert op schilderijen van Van Gogh, geflankeerd aan beide kanten met omlaag hangende zonnebloemen. Het is verreweg het zwaarste en meest kolossale kunstwerk dat het Rijksmuseum momenteel in huis heeft. Qua afmeting verschilt het niet veel van de Nachtwacht. Het heet La Berceuse (De wiegster), net als Van Goghs beoogde drieluik uit 1888. De bijna dode bloemen tonen de vergankelijkheid van het leven. Het is een thema dat vaker terugkeert in Kiefers oeuvre.
 Kiefer is al sinds 17-jarige leeftijd gefascineerd door het werk van Van Gogh. Vooral diens schilderijen van zonnebloemen zijn een grote inspiratiebron voor de kunstenaar. Met La berceuse is Van Gogh als het ware weer teruggekeerd naar het Rijksmuseum. Van Gogh zag de Nachtwacht in 1885, toen het Rijksmuseum net was geopend.
 Anselm Kiefer (1945), heeft een fascinatie voor de Duitse geschiedenis, hetgeen hem ook weer inspireert. Hij staat bekend om zijn grote materiewerken, welke dan ook overal ter wereld in musea te zien zijn, en gebruikt materialen als stro, as, klei, lood en gedroogde planten om de meest fantastische structuren te creëren. Thema's van historische, mythologische en spirituele aard staan centraal in zijn wijze van verbeelden.
 Kiefer heeft een bijzondere band met Nederland. Al vroeg reisde hij langs de Nederlandse musea, wellicht om zich, zoals zo velen voor en met hem, zich te laten inspireren door de meesters die hem voorgingen.

ArtZuid 2011
 Schrijver en kunstenaar Jan Cremer presenteert zijn sculpturale – THE WORLD AROUND, EQUALITY IN DIVERSITY. Wederom vormen de monumentale lanen van Plan-Zuid van architect H.P. Berlage en de in de jaren negentig ontworpen plantsoenen van landschapsarchitect Michael van Gessel het unieke podium voor 50 beelden van internationaal gerenommeerde kunstenaars. De sculpturen worden getoond in het decor van de bijzondere architectuur van de Amsterdamse School. De route wordt verlengd naar de Zuidas.
 Jan Cremer confronteert de Europese beeldhouwkunst met werken van kunstenaars uit onder andere de Verenigde Staten, Brazilië, Suriname, India, China, Zuid-Afrika, Indonesië en Japan. Cremer toont lef en maakt van Amsterdam tijdelijk een echte 'GLOBAL CITY of SCULPTURES' met onder meer kunstwerken van Anthony Caro, Yayoi Kusama, Auguste Rodin, Jean Tinguely, Niki de Saint Phalle, Jean Arp, Antony Gormley, Salvador Dali en Subodh Gupta. Westerse en niet-Westerse kunst wordt op een gelijkwaardige wijze tentoongesteld.
 Née de la terre, Klaas Gubbels, Ijzer, 2002
Gubbels ging oneindig vaak koffiepotten schilderen. In die herhaling kregen de koffiepotten menselijke trekken, niet als een persoon maar als wezens: stuntelig vaak, of armoedig en miezerig maar ook wel als een deftige dame. In die geschilderde stillevens is alles tot op het bot teruggebracht, tot een getekende contour voor een geschilderde achtergrond. Vertaald tot een sculptuur zijn de rollen omgedraaid: de contour wordt ingevuld en de achtergrond is verdwenen in de omgeving.
 Terroir, Frédéric Beaufils, Ijzer en verf, 2009
Beaufils noemt zijn beeldenreeks Terroir. Het is een woord voor "streek" dat in Frankrijk vaak wordt gebruikt met een symbolische ondertoon, om de typische kwaliteit aan te duiden van het land en de producten die erop worden verbouwd. Met zijn beelden van appels, peren en kersen legt hij een analogie met de groei van fruit in de natuur. Het beeld van een peer is in die visie op te vatten als een totem van de streek.
 My father's balcony, Ryas Komu, Hout, 2006
In My father's balcony voor die rustige, bedachtzame wereld die zijn vader vertegenwoordigde en die nu voorbij is, krijgen spiritualiteit e politieke ideologie een persoonlijke dimensie. Als vrome moslim woonde de vader van Ryas Komu in een dorpsgemeenschap van overwegend hindoes tegenover een christelijke kerk. Komu herinnert zich hoe in die idyllische plattelandsomgeving de verschillende geloven co-existeerden. Het Balkon van mijn vader is een monument.
 Fatu Bangi, Roberto Tjon A Meeuw, Hout, 2009
Fatu Bangi zijn uitvergrote banken van restmaterialen, zoals ook te vinden zijn langs de kant van de weg buiten Paramaribo. De banken zijn om te relaxen, bij te kletsen en om voorbijgangers te bekijken. Door de uitvergroting zijn de Fatu Bangi ook kunstwerken om naar te kijken. Het werk is een speels commentaar op de Nederlandse - aangeharkte - inrichting van de openbare ruimte.
 Heureka, Jean Tinguely, Ijzer, 1964
Tinguely ziet de machine als speeltuig van de homo ludens, de spelende mens. Het beeld Heureka maakte hij voor de Expo in Lausanne in 1964. "Ik heb het gevonden" betekent het in het Grieks. De Heureka van Tinguely houdt het midden tussen een opstijgende stoomlocomotief en een ruimteschip. Een schotelantenne lijkt signalen uit de ruimte op te vangen die de boel in gang zetten met een hels kabaal. Hier geldt de wet van Tinguely die verklaart hoe de zaken worden geregeld door hilarische chaos.

Elmgreen & Dragset in de Onderzeebootloods - The One & The Many
 In de zomer van 2011 is de Onderzeebootloods op het RDM-terrein in de haven van Rotterdam voor de tweede keer omgetoverd tot tentoonstellingsruimte. Het Scandinavische kunstenaarsduo Elmgreen & Dragset hebben een surrealistische tentoonstelling gecreëerd, genaamd 'The One & The Many'.
 De tentoonstelling is het laatste deel van een trilogie binnen het oeuvre van Elmgreen & Dragset, waarmee zij reflecteren op hedendaagse veranderingen in de Westerse welvaartsstaat en in het bijzonder de manier waarop we als mens zoeken naar nieuwe identiteiten die passen binnen de veranderende wereld.

IJsselboemel
 Tussen Apeldoorn en Dieren rijdt de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij, kortweg de VSM, met een groot aantal stoomlocomotieven, Nederlands historische diesellocomotieven en rijtuigen door het schitterende landschap van de Veluwe en de IJsselvallei.

Wandelen op de Gooise heide; op zoek naar Larens Blond
 Het bier is een initiatief van de de S.O.L.L., de Stichting Oude Landbouwgewassen Laren. Deze niet gesubsidieerde vrijwilligersorganisatie in Laren begon 16 jaar geleden met het beheer van een eerste akker in Laren en in 2010 beschikt zij inmiddels over 15 ha Enggrond waarop gerst, tarwe, aardappelen, zonnebloemen, etcetera worden verbouwd. De Burgemeester van Laren heeft bij de introductie van het bier geroepen: "Larens Blond...lekker in de mond".
 Na een wandeling (5 augustus 2011) van een uur door de Gooise heide beginnend bij station Bussum-Zuid en eindigend in de beeldentuin van Museum Singer Laren de dorst lessend met het Larens Blond.

Kunstfort bij Vijfhuizen
 Het Fort bij Vijfhuizen is gelegen aan de westrand van de Haarlemmermeer tussen Haarlem en Hoofddorp. Het maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam, die tussen ongeveer 1880 en 1920 werd aangelegd als verdedigingsgordel rond onze hoofdstad. Kort na 1950 raakte het fort in onbruik als verdedigingswerk. De Stichting Kunstfort Vijfhuizen werkt sinds maart 2000 aan het plan om van het Fort bij Vijfhuizen, dat al weer jaren leeg staat, een centrum voor actuele beeldende kunst te maken.
 Deze zomer toont het Kunstfort bij Vijfhuizen een overzicht van het werk van beeldend kunstenaar Rob Sweere. Hij verleidt de bezoekers om, via zijn tot contemplatie uitnodigende werken, de omgeving en hun plaats daarin op een nieuwe manier bewust te worden. Hij doet dit door middel van kunstobjecten waar men daadwerkelijk in plaats kan nemen.

Den Haag onder de Hemel
 "Everything is bigger in China". Deze variant op een veel gehoorde uitlating over de Verenigde Staten van Amerika in de naoorlogse jaren, geeft de nieuwe verhoudingen in de wereld aan. Het is China dat tegenwoordig wordt beschouwd als het land van de onbegrensde mogelijkheden. De Chinese contemporaine kunst is in de afgelopen drie decennia stormachtig de internationale kunstmarkt binnen getreden.
 In 2011 is het precies honderd jaar geleden dat de eerste Chinezen in Nederland neerstreken. Voor Den Haag Sculptuur en Museum Beelden aan Zee is dat reden om plannen te maken voor beeldententoonstellingen van hedendaagse Chinese kunstenaars. Het totaal van de manifestaties zal worden gepresenteerd onder de titel Den Haag onder de Hemel. Deze titel verwijst naar het Chinese "Tian Xia" ofwel "Alles onder de Hemel", één van de uit het confucianisme stammende basispeilers van het Chinese wereldbeeld, dat uitgaat van het vertrouwen in een wereld met harmonie tussen de hemel, de aarde en de mensen, zo lang ieder mens zich houdt aan de hem toebedeelde rol in de maatschappij.
 In het kader van het evenement Den Haag onder de Hemel presenteert museum Beelden aan Zee de eerste, in Nederland gemaakte, overzichtstentoonstelling van Sui Jianguo. Sui Jianguo (1955) is een van de meest gerespecteerde beeldhouwers in het hedendaagse China. Bekend werd hij onder meer met zijn serie Mao-pakken en Grieks-Romeinse beelden gekleed in Mao-jasjes, die relaties tussen het Westen en China verkennen. Hoogtepunt van de expositie is The Slant Paradise (2008), een utopische weergave van Nederland. Deze installatie, die bestaat uit tien tot grote proporties opgeblazen oer-Hollandse objecten, is een zeer speciale ontmoeting tussen de kunstenaar en Nederland. De beelden hangen in een hoek van 60 graden. Dat is de hoek waarin Nederland en China tegenover elkaar staan als je denkbeeldige lijnen zou trekken vanuit het middelpunt van de aarde.

Tilburg, Park De Oude Warande – LUSTWARANDE '11 – RAW
 De Oude Warande werd in 1712 aangelegd door de Duitse prins Wilhelm Von Hessen-Kassel (Wilhelm VIII), die op dat moment heer van de heerlijkheid Tilburg en Goirle was. Hij liet De Oude Warande aanleggen volgens de laatste tuinmode, de Barok. Warande is afgeleid van het Franse varenne, wat jacht- of lustbos betekent. Het hoofdontwerp is een sterrenbos, terwijl de paden van de vier kwadranten aangelegd zijn in verschillende geometrische vormen, waardoor het padenstelsel een doolhof vormt. Dergelijke parken werden gewoonlijk verlevendigd met sculpturen, grotten en vijvers. In De Oude Warande zijn geen overblijfselen van beelden gevonden.
 LUSTWARANDE. Barok bos De Oude Warande bleek in 2000 uiterst geschikt voor de presentatie van hedendaagse sculptuur. Sindsdien transformeert Fundament Foundation dit park iedere drie tot vier jaar tot podium voor Lustwarande. Deze internationale expositie toont een stand van zaken van de ontwikkelingen in de sculptuur.
 GROTTO. Einde 2007 verleende Fundament de opdracht aan Callum Morton om een paviljoen te ontwerpen voor het middelpunt van Barok park De Oude Warande in Tilburg. Grotto werd in juni 2009 opgeleverd. Grotto is een autonoom kunstwerk, een ontmoetingsplek met een kleine horecavoorziening en een podium voor actuele muziek.

Maastricht, Sint-Janskerk
 De Sint-Janskerk (Johannes de Doper) is een kerk in het centrum van Maastricht. De kerk ligt gebroederlijk naast de rooms-katholieke Sint-Servaasbasiliek aan het Vrijthof en vormt met die kerk een voor Nederland vrij unieke kerkentweeling.
 De Sint-Janskerk is een van de vele gotische kerken van Maastricht. De kerk is gebouwd in mergelsteen op een onderbouw van kolenzandsteen en hardsteen in een zogenaamde basilicavorm. Kenmerkend is de hoge, rood geschilderde toren, waarvan de bovenbouw invloeden vertoont van de Domtoren in Utrecht.

Maastricht, Café 't Pothuiske
 De naam Pothuiske vindt zijn oorsprong in het feit dat er vroeger - midden 15de eeuw - op de plek van het huidige café een laag huisje half boven de grond tegen een ander huis aan gebouwd werd. Naast een schoenmakerij die hier gevestigd was, stond er ook altijd een grote ketel op het vuur. Omwonenden haalden tegen betaling hun verwarmd water, vandaar de ketel in het logo van het café.

Scheepvaartmuseum Amsterdam
 Sinds oktober 2011 heeft het Scheepsvaartmuseum een overdekt plein - binnenplaats met overkapte glazen constructie - met galerijen rondom, die het een Zuid-Europees aanzien geven.

Het witte stadje Thorn
 Thorn staat bekend als het Witte Stadje vanwege zijn witte huisjes in het centrum. Tot de ontginning in de tiende eeuw was het gebied rond Thorn heel moerassig. Aan de rand van dit moeras liep de Romeinse heirbaan van Maastricht naar Nijmegen. Omstreeks 990 werd op een hoogte, dichtbij de Maas, door graaf Ansfried, die getrouwd was met Hereswint (Hildewaris), een stift, klooster voor benedictaressen gesticht, de Abdij van Thorn. Dat klooster groeide uit tot een wereldlijk stift (een klooster voor adellijke dames) en een vorstendom, het Abdijvorstendom Thorn. Tot het Land van Thorn behoorden Thorn, Ittervoort, Haler, Grathem, Stramproy, Baexem en Ell. Veel woningen van deze Stiftdames zijn bewaard gebleven, zoals het uit 1648 afkomstige Huis met de drie kogels.
 Volgens de legende lag er ooit tussen Thorn en Kessenich een legendarisch verdwenen stad met de naam Vijvere. Dat zou verzonken zijn als straf van God. Daar ligt nu het moeras het Vijverbroek.
 Onder de Fransen kreeg Thorn zwaar te lijden. Toen kreeg Thorn ook zijn kenmerkende witte kleur. Nadat de adellijke dames gevlucht waren, voerden de Fransen een belasting in op basis van de omvang van de ramen. De arme bevolking, vaak wonend in grote panden, die voorheen hadden toebehoord aan rijke lieden, kon deze niet opbrengen. Om de hoogte van de belastingaanslag te beperken, metselde men de ramen dicht. Met het doel deze bouwsporen ("littekens van de armoede") te verbergen, werden de huizen wit gekalkt.Door die witte huisjes en de rust van het dorpje werd Thorn al gauw geliefd bij kunstenaars en toeristen.

Hengelo
 Het dorp Hengelo ontstond in het kerspel Delden in de buurschap Woolde rond de Hof (te) Hengelo en de daarbij behorende kapel. De naam Hengelo komt van de Germaanse woorden hangi- (helling) en -lauha, (bosje op hoge zandgrond). Tussen circa 1525-1530 bouwde Fredrik van Twickelo op zijn Hof Hengelo het Huis Hengelo. Dit werd gesloopt in 1821. Momenteel zijn alleen de fundamenten nog zichtbaar.
 Hoewel uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er op de plaats waar de gemeente zich nu bevindt al een paar duizend jaar bewoning is geweest, is de gemeente Hengelo pas ontstaan in 1811, hoewel het dorp al in 1802 een eigen dorpsbestuur kreeg. Op dat moment bestond het dorp uit niet meer dan een honderdtal boerderijen en kleine landarbeidershuisjes. De gemeente begon pas te groeien tijdens de Industriële revolutie van de negentiende eeuw. Aanvankelijk is er ook in Hengelo nog redelijk wat textielindustrie, maar waar deze zich in de loop van de eeuw steeds meer gaat concentreren in Enschede, komt in het Hengelose economisch leven de nadruk steeds meer te liggen op de technische industrie. Bij dit laatste speelde de familie Stork een grote rol. In 1859 vestigde C.T. Stork een fabriek voor machineonderdelen in Hengelo (Gebr. Stork & co). Na de komst van dit bedrijf volgden andere grote fabrieken als Hazemeyer, Heemaf, Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie en Hollandse Signaalapparaten. Door deze ontwikkelingen groeide Hengelo bijzonder snel. Het vroegere dorp kreeg zelfs een stedelijk aanzien. In de Tweede Wereldoorlog werd Hengelo, vooral vanwege de strategische industrie die er gevestigd was, regelmatig gebombardeerd. Daarbij werd het centrum van de stad op 6 en 7 oktober 1944 zo goed als geheel vernietigd. Na de oorlog kreeg Hengelo het aanzien van een typische wederopbouwgemeente.
 Kunstencentrum AkkuH (Aktuele Kunst Hengelo) is gehuisvest in een oud fabriekspand - de elektrische generatorenfabriek Hazemeyer - aan de Hazemeyerstraat.
 Biercafé 't Pleintje manifesteert zich duidelijk aan het plein waaraan het is gevestigd, en valt op door een royaal gebruik van neon, reclames, bierinsignes en decoratieve elementen.

/